LinkedIn liet op 30 juli 2026 een knop toe waarmee gebruikers AI-content als slop kunnen melden en trok tegelijk zijn eigen AI-schrijftool terug. Dat betekent niet dat je moet stoppen met AI-content, maar dat ongedifferentieerde AI-content nu zichtbaar wordt afgestraft en dat het verschil zit in concrete details, eigen data en een menselijke redactieslag.
LinkedIn gaf zijn gebruikers vorige week een knop met de tekst "Seems like AI slop". Diezelfde week trok het bedrijf zijn eigen AI-schrijffunctie terug. Twee bewegingen, dezelfde boodschap: content die naar niemand klinkt, gaat de feed uit.
De voorspelbare reflex
De reflex in de markt is voorspelbaar. Iedereen roept nu dat AI-content dood is en dat je terug moet naar handwerk. Dat klopt niet, en ik weet dat omdat ik AI-content maak voor klanten en het werkt.
Een schilder in Hengelo had voor zijn site zelf foto's gemaakt. Begrijpelijk, maar je zag het er ook aan af. Voor zijn nieuwe website maakte ik realistische AI-beelden (een AI-acteur die daadwerkelijk staat te schilderen), en het verschil was direct zichtbaar: de site oogt professioneler, en dat vertaalt zich in meer engagement en meer kliks. In de eerste maand na livegang stond het bedrijf al bovenaan in Google op de zoekterm "vastgoed onderhoud bedrijven".

Het verschil zit niet in of je AI gebruikt. Het verschil zit in wat je erin stopt voordat de AI begint, en wat je eruit haalt voordat het live gaat.
Hoe slop ontstaat
Slop ontstaat op een vaste manier. Je typt een onderwerp in ChatGPT, je plakt de uitkomst, je post het. De tekst is grammaticaal perfect en zegt niets. Geen bedrijfsnaam, geen plaats, geen getal dat alleen jij kunt weten. Precies de kenmerken waar een detectiemodel op traint en waar een lezer op afhaakt.
Wat ik voor klanten maak begint andersom. Eerst het concrete materiaal, dan pas de AI.
Bij elke klant begin ik met vier vragen: welke diensten lever je precies, wie is je doelgroep, waar ben je echt goed in, en wat zijn je prijzen. Pas als dat op tafel ligt, beoordeel ik welk type content daar het best bij past: een blog, AI-beelden, video. Dan pas komt de AI: ik schrijf prompts waar dat concrete materiaal in zit, en ik schroef bij tot het resultaat klopt. De AI genereert, maar de inhoud komt van de klant en de laatste hand van mij.
Dat het aan de inhoud ligt en niet aan de machine, zie ik ook in mijn eigen cijfers. Ik haalde onlangs twee klantsites door de GEO-readiness checker in mijn CRM. Beide scoorden onder de 40 procent, niet vanwege AI, maar door verkeerd gebruikte titels, onduidelijke onderwerpen per pagina en interne links die niet naar elkaar verwezen. Precies de zwaktes die een pagina onciteerbaar maken.
Een AI-engine haalt passages op, geen pagina's. Een alinea zonder eigen feit is voor zo'n engine inwisselbaar, dus die wordt nooit geciteerd. Datzelfde gebrek aan een eigen feit is wat LinkedIn nu laat melden. Het is dezelfde zwakte, op twee plekken tegelijk afgestraft.
De machine is het probleem niet
Het verbod op AI-content is een luie oplossing voor een echt probleem. Het probleem is niet de machine, het is de afwezigheid van iemand die iets te zeggen heeft. Wie AI de schuld geeft, hoeft niet toe te geven dat zijn content ook zonder AI nietszeggend was.
Check je eigen content in drie minuten
Pak je laatste drie posts of je laatste servicepagina. Loop per alinea deze controle langs:
- Staat er een feit in dat alleen jouw bedrijf kan weten? Een plaats, een prijs, een projectnaam, een aantal.
- Zou deze alinea kloppen als een concurrent hem letterlijk overnam? Zo ja, dan is het slop.
- Kan een AI deze alinea losstaand citeren zonder de rest van de pagina? Zo nee, herschrijf hem tot dat wel kan.
Alles wat door alle drie zakt, mag blijven staan, met of zonder AI erachter.
Content die naar jou klinkt
Bij FayLux Media maak ik AI-content voor MKB-klanten in Twente, en juist daarom ben ik er streng op. De knop van LinkedIn verandert niets aan hoe ik werk, hij maakt alleen zichtbaar waarom het zo moet. Content die naar jou klinkt, wordt gelezen. De rest wordt gemeld.